Bijlage
Lees deze pagina voor

> home | kadaster

Som der bedrijfsopbrengsten
De som der bedrijfsopbrengsten bestaat uit:

  • Netto-omzet: hieronder verstaan we de opbrengst uit de levering van producten en diensten aan derden, onder aftrek van kortingen en onder aftrek van over de omzet geheven belastingen.
  • Wijziging in onderhanden werk: de in bewerking zijnde akteposten en de GBKN- en landinrichtingsprojecten nemen we op de balans op onder de post Onderhanden werk. Het onderhanden werk wordt gewaardeerd op basis van standaardkostprijzen. Deze zijn gebaseerd op uurtarieven op basis van integrale kosten. Wijzigingen in het onderhanden werk worden verantwoord onder deze post van de winst- en verliesrekening.
  • Geactiveerde productie voor het eigen bedrijf: deze post bestaat uit de kosten van de door de organisatie voortgebrachte software-ontwikkelingen. Met software-ontwikkelingen bedoelen we het vervaardigen van het technisch ontwerp, het programmeren en het testen. De kosten van ontwikkeling van software worden alleen geactiveerd als de verwachting bestaat dat de toekomstige opbrengsten die met deze activa samenhangen, voldoende ruimte laten voor afschrijvingen.

Som der bedrijfslasten
De bedrijfslasten bestaan uit de volgende posten:

  • kosten van uitbesteed werk en andere externe kosten
  • lonen en salarissen
  • sociale lasten
  • afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa
  • overige bedrijfskosten.

Bedrijfslasten
De bedrijfslasten bedragen over de eerste zes maanden van 2001 ƒ 226 miljoen tegenover ƒ 228 miljoen over de eerste zes maanden van 2000. Dit is op zich een beperkte daling van ƒ 2 miljoen. Als we echter rekening houden met de inflatie, zouden we de realisatie van 2000 moeten verhogen met het inflatiepercentage of de realisatie van 2001 respectievelijk moeten verlagen om beide jaren met elkaar te kunnen vergelijken. Door hiermee rekening te houden wordt de daling van de bedrijfslasten groter en kunnen we concluderen dat de kosten goed zijn beheerst.

Rentebaten en soortgelijke opbrengsten
De rentebaten en soortgelijke opbrengsten kunnen als volgt worden gespecificeerd:

  • Interest (voornamelijk obligaties en leningen).
  • Rendementsverschil beleggingen (vrijval): de resultaten die zijn behaald op beleggingen, worden gedurende vijf jaar ten laste respectievelijk ten gunste van het resultaat verantwoord.
  • Afschrijvingen op obligaties: de obligaties worden gewaardeerd op aanschaffingswaarde verminderd met afschrijvingen. De afschrijving, die betrekking heeft op het verschil tussen de aanschaffingswaarde en de nominale waarde, wordt gedurende vijf jaar ten laste respectievelijk ten gunste van het resultaat verantwoord.

Vermogensoverschot
De Organisatiewet Kadaster, waarin de verzelfstandiging is geregeld, bevat beperkende bepalingen voor de omvang van het eigen vermogen. Het Kadaster werd de afgelopen jaren geconfronteerd met een zeer gunstige vastgoedmarkt. De groei van de vastgoedmarkt, maar ook zeker de efficiëntieverbetering die we de afgelopen jaren hebben bereikt, heeft gezorgd voor een groei van het eigen vermogen boven het niveau dat de wet ons toestaat. Het niveau dat de wet ons toestaat, kan worden omschreven als het normvermogen. Een vermogensoverschot betekent dat het feitelijke eigen vermogen hoger is dan het overeengekomen normvermogen.
Het normvermogen bestaat uit de volgende drie onderdelen:

  1. De structurele reserve
    Vanwege de verzelfstandiging die ook financiële verzelfstandiging inhoudt, bedrijfseconomische overwegingen en gevolgen voor de hoogte van de tarieven is bij het Kadaster een zogenaamde structurele reserve gevormd. In de Memorie van Toelichting op de Organisatiewet Kadaster is aangegeven dat de structurele reserve een derde deel van het structurele balanstotaal moet bedragen. Het Kadaster toont hierbij een bedrijfsmatige financieringsstructuur, is solvabel en heeft een gezonde matching tussen vermogens- en kapitaalstructuur.
  2. De conjuncturele reserve
    De conjuncturele reserve van het eigen vermogen neemt toe in tijden van hoogconjunctuur in de vastgoedmarkt. Tijdens laagconjunctuur putten we uit dit deel van het eigen vermogen. In de Memorie van Toelichting op de Organisatiewet Kadaster is aangegeven dat over de maximale hoogte van de conjuncturele component de Minister en het Kadaster periodiek overleg kunnen plegen, bijvoorbeeld voorafgaande aan de goedkeuring van de jaarrekening of het meerjarenbeleidsplan. Op basis van lineaire meerjarenprognoses van omzetten, de aanname over conjuncturele schommelingen, de mate van beïnvloedbaarheid van het kostenniveau en de kostenflexibiliteit is een conjuncturele reserve berekend van ƒ 75 miljoen.
  3. De reserve nevenactiviteiten
    De reserve nevenactiviteiten wordt opgebouwd uit overschotten die uit de nevenactiviteiten (onder andere GBKN en internationale consultancy-activiteiten) worden gegenereerd. Deze component blijft gescheiden van de structurele en conjuncturele componenten voor de wettelijke taken en is aan een maximumbedrag gebonden. Als we dit maximum overschrijden dan voegen we het meerdere toe aan het wettelijk resultaat, zodat de resultaten uit de nevenactiviteiten bijdragen aan het zo laag mogelijk houden van de tarieven voor de wettelijke taken. De maximale stand van de reserve nevenactiviteiten is gesteld op ƒ 8 miljoen. Deze reserve heeft inmiddels zijn maximum bereikt.

Tariefwijzigingen

01-01-1995   -15%
01-08-1995   -30%
01-09-1997   -10%
01-20-1998   -25%


naar boven | laatste update: 29 november 2006