|
|
Certificering
|
|
Voor landmeetkundige toepassingen worden objecten in Nederland meestal vastgelegd ten opzichte van het Rijksdriehoeksnetwerk (RD) en het Normaal Amsterdams Peil (NAP). Dit zijn beide passieve referentiesystemen die worden bijgehouden door respectievelijk het Kadaster en de Data-ICT-Dienst. Door de opkomst van satellietplaatsbepaling, voornamelijk het Global Positioning System (GPS), worden objecten tegenwoordig steeds vaker vastgelegd met behulp van GPS. Voor het halen van een hoge precisie bij de plaatsbepaling met GPS is het noodzakelijk om tijdens de meting met minimaal twee GPS-ontvangers tegelijkertijd te werken (relatieve plaatsbepaling). Bij de relatieve plaatsbepaling worden de coördinaten van de GPS-antenne berekend uit de onderlinge coördinaatverschillen (basislijnen). Deze 3-dimensionale basislijnen hebben een hoge precisie door de eliminatie van fouten bronnen. De coördinaten van een onbekend punt worden berekend met de basislijnen ten opzichte van een bekend punt. Sinds 1997 is het Actief GPS Referentie Systeem voor Nederland (AGRS) in werking, dit referentiesysteem vormt de schakel tussen het RD en NAP en internationale referentiesystemen, zoals WGS84 en ETRS89. Het AGRS wordt gebruikt als basis voor de Geometrische Infrastructuur van Nederland (GI) en bestaat uit vijf GPS-referentiestations waarvan de coördinaten met een hoge nauwkeurigheid bekend zijn. Voor de verdichting van de GI wil het RDNAP referentiestations van andere aanbieders certificeren, zodat deze ook gebruikt kunnen worden voor relatieve plaatsbepaling in het stelsel van de de geometrische infrastructuur van Nederland. Om voor certificering in aanmerking te komen moeten het referentiestation en de GPS-dienstverlener voldoen aan een aantal door het RDNAP gestelde eisen. Na ontvangst van de ondertekende formulieren Bedrijfsinformatie en Informatie van het Referentiestation, zal het RDNAP tegen betaling de coördinaten berekenen van het te certificeren GPS-referentiestation. Door deze certificatie zullen de verschillende referentiesystemen op elkaar
aansluiten en blijft de kwaliteit van de Geometrische Infrastructuur van Nederland
gewaarborgd.
|
|
||